“Maar hij werkt hier al dertig jaar.” Ik zat tegenover de nieuwe Algemeen Directeur. Van buiten de organisatie aangetrokken en net gestart bij een familiebedrijf. Een bedrijf van bijna honderd jaar oud. Mooie historie. Rustige, gestage groei. En één kernwaarde: goed zorgen voor elkaar.
Toch was hij niet voor niets gehaald. De groei bleef achter. De ambitie was groter dan de werkelijkheid. Zijn analyse was scherp. Een deel van het team zat niet meer op de juiste plek. Niet omdat ze niet wilden. Maar omdat ze niet meer konden brengen wat nodig was. Te weinig scherpte. Te weinig tegengas. Te veel behoud. De meest loyale mensen waren de rem op groei geworden.
Toen kwam het moeilijke gesprek. Met de eigenaren. En precies daar stokte het. Twijfel. Stilte. Ongemak. Want hoe zeg je tegen iemand die alles heeft gegeven dat het niet meer past? Dus gebeurt wat te vaak gebeurt: niets.
Loyaliteit wordt een excuus. Om het gesprek uit te stellen. Om keuzes te vermijden. Om vast te houden aan wat ooit werkte. Maar wat toen werkte, werkt nu niet meer. Ondertussen betaalt de organisatie de prijs. Besluiten blijven liggen. Talent haakt af. Energie loopt weg. Groei stokt.
Deze CEO deed wat nodig was. Hij maakte het pijnlijk helder. Als we nu niets doen, zetten we niet één persoon onder druk, maar het hele bedrijf. Dan staan straks veel meer banen op het spel. Dat raakte. Want daar zit de pijn. Het beschermen van een paar loyale mensen kan ten koste gaan van alle anderen.
Loyaliteit is waardevol. Maar geen excuus om stil te staan. Echte loyaliteit vraagt om eerlijkheid. Om ingrijpen als het moet. Juist als het schuurt. Loyaliteit die je niet durft te bevragen, is geen kracht. Het is een risico.
| Magazine Page 32 | Magazine Page 38 |